Het loopt gesmeerd

Deze slideshow vereist JavaScript.

Ik had al gehoord dat mensen uit Eritra harde werkers zijn, dus dat ik de deelnemers avond aan avond blijmoedig in het restaurant aan het werk zag, koken, opdienen, uitleg geven, koffie zetten en rondbrengen, opruimen, afwassen, dat verbaasde me eigenlijk niet zo.

De taken in Huis van Asmara waren onderling goed afgesproken. Luwman en Tsega zijn elke avond de koks, Trash of Sewit verzorgden de koffie, twee mensen deden de bediening, en zouden de gasten uitleg geven over de gerechten, iemand was keukenhulp maar zou ook in het restaurant ondersteunen.

Ik zag hoe ieder heel attent was in het woordeloos ondersteunen van werk van de ander. Als Yohanna elders druk bezig was, zag ik hoe Samrawit haar best deed de gasten te informeren. Als Trash even weg moest, nam Zebib haar taak bij de koffie over. Ik zag alle Eritreers regelmatig aan de gasten vragen of er nog vragen of wensen waren. Yohanna had van haar opleiding de vraag gekregen een filmpje te maken van haar werk in Huis van Asmara en op een rustig moment in het restaurant stond Trash onmiddellijk haar plaats in de koffiehoek af, zodat Yohanna wat meer ruimte kreeg om het filmpje te maken. Luwam zou dansen, maar hoe meer de vrouwen gewend werden, hoe meer de andere vrouwen zich bij haar voegden.

Deze slideshow vereist JavaScript.

En wat me gaandeweg steeds meer ging opvallen en bevallen, dat was de verdraagzame saamhorige manier waar de Eritreeers in het restaurant met elkaar omgaan. De eerste avond was iedereen in het begin nog best zenuwachtig en gespannen of alles wel goed zou gaan. Toen de zenuwen langzaam plaats maakten voor wat meer zelfvertrouwen, zag ik dat de wat meer ego-gevoelige manier die ik ken van sommige Nederlanders tussen de Eritreeers leek te ontbreken.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Er was een takenlijst opgesteld over de volgorde van de taken in de loop van de avond. Dat gaf wel houvast, maar natuurlijk moet er ook af en toe geimproviseerd worden. Bijvoorbeeld als gasten wat later op de avond binnenkwamen, wat vroeger op de avond moesten vertrekken voor een volgende afspraak, liever niet met de hand aten, bij de tweede ronde vroegen of ze nog wat extra’s mochten eten van enkele speciale  onderdelen van de hoofdmaaltijd. Dat improviseren werd snel opgepakt en ik hoorde de hele avond geen typisch Nederlands gezucht of geklaag als iets een beetje anders ging dan afgesproken.
Of ben ik misschien wat naief?
Maar ik merkte dat ook de gasten van Huis van Asmara die ik sprak enthousiast waren over de betrokken manier waarop de nieuwkomers zich inspanden om het de gasten naar de zin te maken.